Risico’s van alleen werken

Een alleenwerker loopt, in het algemeen, hetzelfde (ongevallen)risico als een werknemer die zijn werk in het bijzijn van andere mensen uitvoert. Maar wie alleen werkt, kan niet terugvallen op collega’s bij gevaar of een ongeval, waardoor zijn risico groter wordt. Omdat een alleenwerker niet meer risico hoort te lopen dan andere werknemers, zijn mogelijk extra beheersmaatregelen nodig om de risico’s onder normale omstandigheden en bij te voorziene noodsituaties, zoals brand, storing in de apparatuur, ziekte of een ongeval te beheersen. 

Wat is alleenwerk?
Er is sprake van alleenwerken als iemand buiten het gezichtsveld of de gehoorafstand van anderen werkzaamheden verricht.
Alleenwerk komt in veel verschillende situaties voor. Het gaat om beroepen die min of meer continu in een zeker isolement worden uitgevoerd of situaties waarbij geen direct contact met anderen mogelijk is.

Voorbeelden van alleenwerkers

  • Iemand die alleen in het bedrijfspand werkt, zoals in een kleine werkplaats, benzinestation, kiosk of winkel.
  • Iemand die apart van andere werknemers werkt, bijvoorbeeld in het magazijn van een fabriek of iemand die overwerkt, terwijl andere collega’s afwezig zijn of op een te grote afstand werken.
  • Werknemers die spreekuren houden, bij bijvoorbeeld uitkeringsinstanties.
  • Iemand die buiten de normale bedrijfstijden werkt, bijvoorbeeld schoonmakers, beveiligers of onderhoudspersoneel.
  • Monteurs op bijvoorbeeld bouwlocaties, bij installatie, onderhoud en reparatie van machines of bij pechhulpverlening.
  • Landbouwers, groenvoorzieners en boswachters.
  • Dienstverleners zoals postbodes, thuiszorg, ongedierte-bestrijders, treinconducteurs, taxi- en vrachtwagenchauffeurs, vertegenwoordigers. 
  • Thuiswerkers. 

Voorbeelden van risicovol alleenwerk

  • Het betreden van besloten ruimten, zoals kelders, kruipruimtes, rioleringskanalen, mestputten, tanks en koel- en vriescellen. 
  • Geldtransport voor openings- of na sluitingstijd bij onder andere horeca, winkels en benzinestations.
  • Nachtdiensten in onder andere zorginstellingen. 
  • Verkeersdeelname bij klantbezoeken (bijvoorbeeld thuiszorg). 
  • Betreden van isoleer-/crisisinterventieruimten in de psychiatrie. 
  • Het reageren op inbraakalarm. 
  • Het werken met giftige stoffen, grote hoeveel-heden organische oplosmiddelen, sterke zuren of basen of corrosieve stoffen. 
  • Beklimmen van kooiladders (zoals bij het beklimmen van hoogspanningsmasten).
  • Werkzaamheden waarbij het dragen van perslucht noodzakelijk is.

Bijzondere arbeidsomstandigheden
Wanneer andere collega’s afwezig zijn of op een te grote afstand werken, is er sprake van bijzondere arbeidsomstandigheden.

Noodsituaties
Als er een ongeval plaatsvindt of als er brand ontstaat, kan de alleenwerker in een noodsituatie terecht komen, waarbij niet altijd even snel collegiale of professionele hulp ter plaatse is.

Beleving
Een ander aspect van alleenwerk is de beleving van de alleenwerker. Het slaan van een deur bijvoorbeeld wordt, als er meer mensen zijn, ervaren als het gevolg van tocht, terwijl iemand die ’s avonds alleen werkt kan denken dat er iemand is binnengekomen.

Wat zegt de Arbowet over alleenwerk?
In een aantal gevallen geldt volgens de Arbowet een verbod op alleenwerk. Dit is het geval bij:

  • Het betreden van een ruimte waarin zich een elektrische installatie voor hoogspanning (meer dan 1000V AC of 1500V DC) bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen (in)directe aanraking dan wel te dichte nadering (Arbobesluit art 3.5, 2e lid).
  • Werkzaamheden in een besloten ruimte met gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie (Arbobesluit art. 3.5g, 4e lid).
  • Duikers (Arbobesluit art 6.16).
  • Caissonarbeid (Arbobesluit art 6.19).
  • Werk door jongeren onder de 18 jaar (o.a. Arbobesluit art. 3.46, 4.105, 4.106, 6.27, 7.39, 9.36).

Bij deze werkzaamheden moet een tweede persoon aanwezig zijn. De belangrijkste taken van deze tweede persoon zijn het houden van toezicht en het organiseren van hulp als er tijdens de werkzaamheden iets fout gaat.

In alle andere gevallen is alleenwerken toegestaan. Uiteraard blijft de werkgever verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek voor medewerkers op eenpersoonsposten. De Arbowet is volledig van toepassing op alleenwerkers. In de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E) en in het arbobeleid moet de werkgever nadrukkelijk aandacht aan deze groep werknemers besteden. De werkgever moet in kaart brengen wie alleenwerken, waar en wanneer. Ook moet de werkgever vaststellen wat er nodig is aan maatregelen en voorzieningen om de risico’s van alleenwerken te beperken.

Verplichtingen werkgever
Bij alleenwerk moet de werkgever vooraf de volgende zaken regelen:

  1. Bekijken of alleenwerk kan worden vermeden.
  2. Inventariseren welke risico’s er zijn bij het uitvoeren van de werkzaamheden en welke omstandigheden extra risico’s op-leveren voor alleenwerk.
  3. Zo nodig, extra beheersmaatregelen nemen.
  4. Een procedure voor alleenwerk afspreken.
  5. Geven van voorlichting en onderricht.
  6. Toezicht houden.

1. Bekijken of alleenwerk kan worden vermeden
Als het vermijden van alleenwerk niet mogelijk is, dan dient de werkgever doeltreffende maatregelen te nemen om een zo veilig mogelijke werksituatie te scheppen. Daarvoor worden eerst de risico's in kaart gebracht.

2. Welke risico’s zijn er bij het uitvoeren van het werk ?
Denk hierbij aan:

  • Werkzaamheden aan open elektrische spanning.
  • Brand- en explosiegevaar bij laswerkzaamheden.
  • Werkzaamheden nabij aandrijvingen, bewegende of draaiende onderdelen.
  • Gebruik van gevaarlijke gereedschappen zoals motorkettingzagen, bosmaaiers, versnipperaars.
  • Omgaan met zwaar en moeilijk te hanteren hulp-middelen en gereedschap zoals ladders en (rol)steigers.
  • Graafwerkzaamheden waarbij risico op instorting of bedelving bestaat.
  • Agressie door klanten of publiek.
  • Kans op uitglijden, stoten of vallen zoals bij bordessen, trappen of (loop)paden met valgevaar.
  • Kans op vallende voorwerpen, zoals tijdens bouw, verbouw en opslag.
  • Kans op vrijkomen van gevaarlijke gassen, bijvoorbeeld in riolen, (wel)putten, laboratoria of bij de opslag- en afvoerplaatsen van chemicaliën.

3. Tref maatregelen om het alleenwerk veiliger te maken
Het gaat hierbij om beschermende maatregelen, maat-regelen om incidenten zoveel mogelijk te voorkomen en om voorzieningen waarbij direct en adequaat hulpverlenend kan worden ingegrepen door een of meer derde(n), zoals de leidinggevende of een bedrijfshulpverlener.

Voorbeelden van extra maatregelen om verantwoord alleen te kunnen werken

  • Laat de alleenwerker zich iedere twee uur melden per telefoon.
  • Zorg dat er een noodnummer staat voorgeprogrammeerd in de mobiele telefoon van de alleenwerker.
  • Zorg dat de alleenwerker, indien mogelijk, zichtbaar is voor andere aanwezige personen.
  • Laat periodieke controleronden (bijvoorbeeld om de twee uur) door een toezichthouder uitvoeren.
  • Zorg dat de alleenwerker na bepaalde tijd een drukknop moeten indrukken of vast moeten houden of met tussenpozen moeten indrukken (dodemansknop). Het technische systeem kan een automatische melding doorgeven naar een bemande post als dit niet volgens de procedure gebeurt.
  • Zorg dat de alleenwerker in direct contact staan met een tweede persoon (of via een continue spraakverbinding).
  • Zorg dat de alleenwerker een elektronische beveiliging draagt, die bijvoorbeeld in de horizontale stand alarmeert of dat hij een elektronische beveiliging draagt, die reageert als in een bepaalde periode geen beweging wordt gemaakt of een combinatie van bovengenoemde mogelijkheden.
  • Zorg voor camerabewaking.
  • Zorg dat de medewerker zich snel en makkelijk kan beschermen tegen ongewenst of agressief bezoek of indringers, bijvoorbeeld door de toegang te blokkeren, maar dat deze wel van binnenuit kan worden geopend.
  • Zorg dat een werknemer in geval van nood duidelijk hoorbaar alarm kan slaan.
  • Verstrek goed werkende communicatieapparatuur, zoals een (mobiele) telefoon of portofoon.
  • Zorg voor vrije vluchtwegen en zorg ervoor dat sleutels en andere hulpmiddelen zichtbaar binnen handbereik zijn.
  • Vraag de risico-inventarisatie en –evaluatie op van het externe bedrijf waar het alleenwerk plaatsvindt.
  • Hou een actuele aanwezigheidsregistratie bij. Dit kan zowel schriftelijk als automatisch (met een elektronische pas) of mondeling bij een nachtportier of beveiligingsmedewerker.
  • Maak afspraken met thuisfront hoe te handelen indien de alleenwerker niet thuiskomt of spreek af op wellke wijze nagegaan wordt of de alleenwerker teruggekeerd is op het bedrijf of thuis nadat het alleenwerk is afgerond.

Het is aan te raden een handleiding te maken waarin staat wat te doen in verschillende noodsituaties. Dat geeft houvast en voorkomt paniek in crisissituaties.

4. Procedure voor alleenwerk
Spreek een procedure voor alleenwerk af om verantwoord alleen te kunnen werken. Over deze procedure dient overeenstemming te worden bereikt met de Ondernemingsraad, Personeelsvertegenwoordiging of de belanghebbende medewerkers.

Voorbeeldprocedure alleenwerk

  • Voordat er alleen mag worden gewerkt, wordt er bij de leidinggevende een aanvraag voor alleenwerk ingediend.
  • Op de aanvraag worden de geplande werkzaamheden, de werktijden en de locatie beschreven.
  • Op de aanvraag staat wat de alleenwerker wel en niet mag en hoe hij kan alarmeren in geval van nood.
  • De aanvraag wordt ondertekend door werknemer en leidinggevende. Als er beveiliging aanwezig is, ontvangt de beveiliging een kopie van de aanvraag.
  • Bij start van de werkzaamheden meldt de alleenwerker aan leidinggevende of beveiliging dat hij begint.
  • Na afloop van de werkzaamheden meldt hij zich af bij de leidinggevende of beveiliging.
  • Afhankelijk van de situatie kunnen meer specifieke afspraken worden gemaakt.

5. Voorlichting en onderricht alleenwerker
Omdat er weinig toezicht en ondersteuning is bij alleenwerk zijn voorlichting en onderricht erg belangrijk. Voorlichting kan paniek voorkomen in ongebruikelijke situaties. De werkgever dient de werknemer voor te lichten over de risico’s die samenhangen met de werkzaamheden en de werkplek en over de maatregelen die zijn genomen om veilig te kunnen werken. Daarnaast moet de werkgever de werknemer vertellen hoe hij moet alarmeren in geval van een incident.
De werkgever moet aangeven wat wel en wat niet toegestaan is bij alleenwerken en tevens nagaan of de alleenwerker in staat is om te gaan met nieuwe en/of ongebruikelijke situaties. Bijvoorbeeld hoe om te gaan met agressie of wanneer het werk stil te leggen en advies te vragen bij een leidinggevende.

De alleenwerker moet ervaren zijn en begrijpen wat de risico’s en beheersmaatregelen zijn. Op zijn beurt werkt de alleenwerker volgens de procedure voor alleenwerk en de werkinstructies.

6. Toezicht houden
Constant toezicht hebben is niet mogelijk in geval van alleenwerk. Maar het ligt binnen de zorgplicht van de werkgever dat zijn werknemers gezond en veilig aan het werk zijn. Toezicht is een middel om vast te stellen of de werknemer de risico’s van het werk begrijpt en de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen neemt.
Toezicht op veiligheid en gezondheid kan gecombineerd worden met controle van de voortgang en kwaliteit van het werk. Het kan uitgevoerd worden tijdens periodieke werkplekbezoeken. De mate van toezicht hangt af van de ervaring van de werknemer en de risico’s waaraan hij wordt blootgesteld. Gebaseerd op de risico-inventarisatie wordt de mate van toezicht vastgesteld: hoe hoger de risico’s, des te zwaarder het regiem van toezicht.

Bron: Arbeidsveiligheid.net -Wendel Post